Naar de inhoud
Paddenstoelen voor Honden
Baasje zit aan de keukentafel met een uitgeprinte labuitslag terwijl een boxer met zijn kop op haar schoot ligt

Gidsen · 10 min lezen · 29 september 2026

Mastceltumor bij je hond: zo lees je de uitslag van het lab

In 30 seconden

Wat het is
Een kwaadaardige tumor van mestcellen, de meest voorkomende huidtumor bij honden. Hoe gevaarlijk hij is, hangt vooral af van de graad en of hij al is uitgezaaid.
Wanneer je belt
Zodra een bult op de huid in grootte wisselt, rood wordt of jeukt, en direct als je hond na het aanraken van zo'n bult gaat braken of zwarte ontlasting krijgt.
Vanavond
Vraag het volledige labrapport op papier en zoek vier regels op: graad volgens Patnaik, graad volgens Kiupel, de marges en het aantal delingen.
Inhoud van deze gids
  1. Waarom juist deze tumor zo verwarrend begint
  2. Graad 2 volgens Patnaik zegt bijna niets
  3. Zo lees je het rapport, regel voor regel
  4. De graad is niet het hele verhaal
  5. Welke behandeling hoort bij welke uitslag?
  6. Turkey tail heeft bij mastceltumoren geen enkele studie
  7. Die ene hond op X die genas met een dieet
  8. Wat je vóór het nagesprek doet

Je zit aan de keukentafel met de mail van de dierenarts open. Bovenaan staat het woord dat je al vreesde: mastceltumor. Daaronder een blok vaktaal. Graad 2 volgens Patnaik. Laaggradig volgens Kiupel. Mitotische index 3 per 10 HPF. Marges vrij, dichtstbijzijnde marge 4 mm. Je hond ligt onder de tafel te slapen, met een pleister op zijn flank, en jij weet niet of dit goed of slecht nieuws is.

Dat is precies het moment waar deze gids voor is. Een mastceltumor is een kwaadaardige tumor, maar het woord zegt nog weinig. Er zijn mastceltumoren die na één operatie nooit meer terugkomen, en er zijn er die binnen maanden uitzaaien. Het verschil staat op dat rapport, als je weet waar je moet kijken.

Waarom juist deze tumor zo verwarrend begint

Mestcellen, in het Engels mast cells, zijn afweercellen in je huid. Ze zitten vol histamine, dezelfde stof die bij mensen hooikoorts geeft. Als zo’n cel ontspoort, krijg je een mastceltumor. Volgens VCA, een grote Amerikaanse keten van dierenklinieken, is het de meest voorkomende huidtumor bij honden, goed voor 7 tot 21 procent van alle huidtumoren. Honden zijn gemiddeld 8 tot 9 jaar als hij wordt gevonden. Boxers, Engelse buldoggen, Boston terriërs, mopshonden, golden retrievers en labradors krijgen hem vaker, maar elk ras kan het krijgen. Zo’n 85 procent van de honden heeft er maar één.

Het lastige: hij lijkt nergens op, of juist op alles. Een muggenbult, een wratje, een allergische plek. VCA noemt mastceltumoren niet voor niets “the great pretenders”. Soms is hij maandenlang even groot en schiet hij dan ineens op. Soms wordt hij dikker en weer dunner, op één dag. Dat wisselen komt door de histamine die vrijkomt als je aan de bult zit.

Daarom een waarschuwing die je bij geen enkele andere bult krijgt: knijp er niet in en laat je hond er niet aan likken of krabben. De stoffen uit de tumor kunnen in het bloed komen en maagzweren geven. Braakt je hond, eet hij niet of heeft hij zwarte, teerachtige ontlasting, bel dan meteen. Zie je een nieuwe bult en weet je niet wat het is, begin bij de gids over tumor hond herkennen of de bult gevonden bij je hond-checker. Voor het verschil met melanoom en andere vormen van huidkanker hond staat er een aparte gids.

Graad 2 volgens Patnaik zegt bijna niets

Nu het rapport. De graad is het oordeel van de patholoog over hoe agressief de cellen er onder de microscoop uitzien. Er bestaan twee systemen, en je rapport kan er een of allebei noemen.

Het oude systeem is van Patnaik, uit 1984. Hij verdeelde 83 mastceltumoren in drie graden en volgde de honden 1.500 dagen. De overleving verschilde sterk per graad. Het probleem zit in graad 1 en 2: daar zijn pathologen het vaak niet over eens.

Dat is gemeten. In 2011 lieten Matti Kiupel en een grote groep collega’s 28 pathologen van 16 instituten dezelfde 95 tumoren beoordelen, zonder dat ze van elkaar wisten wat de ander zei. Bij graad 3 waren ze het in 75 procent van de gevallen eens. Bij graad 1 en 2 was dat minder dan 64 procent. Een graad 2 van het ene lab kan bij het andere dus een graad 1 of 3 zijn.

Daarom bedacht de groep van Kiupel een tweede systeem met maar twee smaken: laaggradig of hooggradig. Hooggradig is het als de patholoog een van deze vier dingen ziet:

  • minstens 7 delende cellen in 10 velden onder de sterkste vergroting;
  • minstens 3 cellen met drie of meer kernen in 10 velden;
  • minstens 3 vreemd gevormde kernen in 10 velden;
  • kernen die sterk in grootte verschillen (bij minstens 10 procent van de cellen twee keer zo groot).

In hun studie leefden honden met een hooggradige tumor mediaan minder dan vier maanden, en honden met een laaggradige tumor meer dan twee jaar. Dat verschil is groot en duidelijk, en daarom is de Kiupel-regel op je rapport de belangrijkste.

Mijn oordeel: een rapport dat alleen “graad 2” zegt, is niet af. Staat de Kiupel-graad er niet op, vraag er dan om. Het is geen extra onderzoek, het is een extra blik op hetzelfde glaasje.

Zo lees je het rapport, regel voor regel

Op het rapport Wat het betekent Wat je vraagt
Graad 1, 2 of 3 (Patnaik) Oude indeling in drie graden. Graad 2 is een grijs gebied. “Wat is de graad volgens Kiupel?”
Laaggradig of hooggradig (Kiupel) Voorspelde de overleving beter dan Patnaik in de studie van Kiupel (2011). “Verandert dit het plan na de operatie?”
Mitotische index of mitosen per 10 HPF Hoeveel cellen aan het delen zijn. Hoe hoger, hoe sneller de tumor groeit. “Ligt dit boven de grens van 7?”
Marges vrij of niet vrij, afstand in mm Of er rondom tumorcellen zijn achtergebleven. “Is een tweede operatie of bestraling nodig?”
Subcutaan (onderhuids) De tumor zit onder de huid in plaats van in de huid. “Gelden de Kiupel-graden hier ook voor?”
Ki-67, c-KIT of KIT-mutatie Extra kleuringen en een DNA-test op de tumor. “Heeft dit invloed op welke medicijnen werken?”

Die vraag bij subcutaan is geen strikvraag. Kiupel ontwikkelde zijn systeem voor mastceltumoren in de huid. Zit de tumor eronder, vraag dan hoe de patholoog de ernst heeft beoordeeld.

De graad is niet het hele verhaal

Die tabel heeft een zwakke plek. Wie alleen naar de graad kijkt, mist twee dingen die minstens zo zwaar wegen.

Een Braziliaanse studie van Horta en collega’s uit 2018 volgde 149 honden met een mastceltumor en keek naar alles tegelijk: graad, delingen, kleuringen, DNA-test, stadium en eerdere tumoren. Toen ze die factoren samen in één model stopten, bleven er maar twee over die op zichzelf de overleving voorspelden. Het klinisch stadium, dus of de tumor al in lymfeklieren of organen zit. En of de tumor al eens was teruggekomen. De graad voorspelde wel iets, maar niet los van die twee.

Voor het stadium kijkt de dierenarts verder dan het glaasje: naar de lymfeklier dicht bij de tumor en naar milt en lever, de plekken waar VCA uitzaaiingen noemt. Vraag bij een hooggradige uitslag altijd of dat onderzoek al is gedaan.

Nieuwer is een Canadese studie uit Guelph, gepubliceerd in januari 2025. Ong en collega’s bekeken 77 honden met een hooggradige mastceltumor. Mediaan leefden ze 317 dagen, en na twee jaar leefde nog 30 procent. Dat is beter dan de minder dan vier maanden uit 2011, maar vergelijk ze niet een-op-een. Het ging om één kliniek die terugkeek in dossiers, en veel van deze honden kregen een operatie en extra behandeling. Honden die geopereerd werden, leefden duidelijk langer. Waar de marges niet schoon waren, kwam de tumor bij 58 procent terug, tegen 26 procent bij schone marges. En de keerzijde staat in dezelfde studie: van de honden die een operatie én nabehandeling kregen, ging het bij 75 procent toch verder met de ziekte.

Welke behandeling hoort bij welke uitslag?

Bij een laaggradige tumor zonder uitzaaiingen is een ruime operatie meestal genoeg. VCA schrijft dat chemo dan zelden nodig is. Zijn de marges niet vrij, dan bespreekt de dierenarts een tweede, ruimere operatie of bestraling.

Bij een hooggradige tumor komt er vaak iets bij. En soms is opereren lastig, omdat de tumor op een poot of in het gezicht zit waar weinig ruimte is. Voor die situaties zijn twee middelen in de EU geregistreerd voor honden en onderzocht bij mastceltumoren.

Toceranib, merknaam Palladia, is een tablet. Het remt het KIT-eiwit waar veel mastceltumoren op draaien. In een dubbelblinde studie uit 2009 bij 149 honden bij wie de mastceltumor na een operatie was teruggekomen, kromp de tumor bij 37 procent van de honden op Palladia, tegen 8 procent op placebo. Dat is een echt effect, en ook een eerlijke les: bij twee op de drie honden kromp hij niet.

Tigilanol tiglaat, merknaam Stelfonta, is geen middel voor zware gevallen maar een alternatief voor het mes. De dierenarts spuit het direct in de tumor, dus vraag ernaar als opereren op die plek lastig is. In de studie van 2021 deden 123 honden mee met een mastceltumor die met een prik was vastgesteld, niet alleen hooggradige. Daar was de tumor na 28 dagen helemaal weg bij 75 procent van de behandelde honden, tegen 5 procent in de controlegroep. Er ontstaat wel een open wond waar de tumor zat, en zes van de achttien auteurs, onder wie de eerste, werkten bij QBiotics, het bedrijf dat het middel maakt. Dat maakt de cijfers niet fout, maar je weet nu wie ze heeft geteld.

Welk middel past, hangt af van de plek, de grootte, het stadium en je hond. Dat is een gesprek met je dierenarts of een oncoloog, niet met een website.

Turkey tail heeft bij mastceltumoren geen enkele studie

Deze site gaat over paddenstoelen voor honden, dus je verwacht hier misschien een zin over wat turkey tail doet bij een mastceltumor. Die zin is kort: niemand weet het.

Ik zocht op PubMed naar turkey tail, Coriolus, Trametes en polysaccharopeptide in combinatie met mastceltumoren bij honden. Nul resultaten. De twee hondenstudies die er wel zijn, gaan allebei over hemangiosarcoom, een heel andere kanker van de bloedvaten. Brown en Reetz volgden in 2012 vijftien honden. Gedney en collega’s volgden in 2022 er 101, en daar deden teven die alleen de paddenstoel kregen het juist slechter dan teven met chemo. Wat die studies wel en niet zeggen, staat in de gids over turkey tail hond en op de pagina onderzoek paddenstoelen hond.

Dat is ongemakkelijk voor een site met deze naam. Wie turkey tail naast een behandeling wil geven, overlegt dat met de dierenarts. Het is geen vervanging voor een operatie.

Die ene hond op X die genas met een dieet

Op X gaat een bericht rond van Thomas Seyfried, een Amerikaanse bioloog: “Complete resolution of malignant mast cell tumor in a dog using ketogenic metabolic therapy alone.” Hij verwijst naar een casusbeschrijving uit 2023 over één pitbull. De eigenaar weigerde operatie en medicijnen, en zette de hond op een koolhydraatvrij rauw dieet met 40 procent minder calorieën. De tumor onder de neus verdween in een paar maanden en kwam niet terug.

Het is een mooi verhaal en het kan waar zijn. Maar het is één hond, zonder vergelijking, en de onderzoekers schreven het zelf op als casus. Mastceltumoren kunnen van nature krimpen en groeien, dat zag je hierboven al. Een streng dieet met veel minder calorieën is ook niet zonder risico voor een oudere of zieke hond. Wie dit wil proberen, doet dat samen met een dierenarts en niet in plaats van de operatie die op tafel ligt.

Wat je vóór het nagesprek doet

Vraag de praktijk om het volledige pathologierapport, als pdf of op papier. Niet de samenvatting in de mail, het rapport zelf. Zoek de vier regels op uit de tabel hierboven: Patnaik, Kiupel, delingen en marges. Staat er één niet op, schrijf dan op dat je daarnaar vraagt. Met die vier getallen en het stadium weet je waar het gesprek over moet gaan.

Voelt je hond ondertussen elders een nieuwe bult, noteer dan de datum en de grootte, maar knijp er niet in. Laat hem prikken voordat je hem laat weghalen.

Het volgende moment dat telt, is de controle na de operatie, meestal na een paar maanden. Komt de tumor op dezelfde plek terug, dan weegt dat volgens Horta zwaarder dan de graad op het eerste rapport. Blijft de plek rustig, dan vertelt die ene regel met de marges je waarschijnlijk meer dan welk supplement ook.

Dit is informatie, geen diagnose. Bespreek wat je bij je hond ziet met je dierenarts.